Holo Hotel › Onderdelen › Het zwembad

Het zwembad: zwemmen en duiken

Twee badkamers, en een duiktoren met een jury: je vliegt zelf van de plank en de hele kamer geeft je een cijfer.

Twee badkamers

Lido A is het grote bad met de kleedhokjes. Lido B heeft de duiktoren en het videoscherm waarop de duiker groot in beeld komt. Allebei vind je ze in de Navigator.

Zwemmen

In het zwembad loop je in zwemkleding. Stap een kleedhokje in, kies een kleur, en je komt er in badkleding weer uit - die kleur onthouden we, dus de volgende keer sta je er meteen in. Het water in ga je via de trapjes aan de rand; klik ergens in het bad en je poppetje zoekt zelf het dichtstbijzijnde trapje. Zwaaien en dansen kan gewoon terwijl je watertrappelt.

Duiken: je vliegt hem zelf

De pijlen op de vloer van Lido B zijn een echte wachtrij. Dubbelklik erop, zeg ja, en je sluit achteraan aan; zodra degene voor je verder gaat schuif je vanzelf op. Vooraan gaan de liftdeuren dicht en ga je omhoog.

En dan verdwijnt de kamer. Je staat boven op de duiktoren, van opzij, met de plank onder je voeten - en vanaf dat moment doe je het zelf.

Te vroeg gesprongen is niet erg: de plank is een springplank, dus land je erop, dan loop je door en mag je het opnieuw proberen.

En dan het leuke: de kamer geeft cijfers. Iedereen mag binnen twaalf seconden een bordje van 1 tot 7 omhoog houden - dat is een cijfer van 4 tot 10 - en daarna verschijnt het gemiddelde boven de duiker. Op je eigen duik stemmen gaat natuurlijk niet.

Kaartjes

Duiken kost een kaartje per beurt. Die koop je voor 10 credits bij de automaat in Lido B, en hoeveel je er hebt zie je in je portemonnee naast je credits.

Veelgestelde vragen

Wat kost een kaartje?

Een kaartje kost 10 credits bij de automaat in Lido B. Duiken kost er een per beurt.

Hoe kom ik in mijn zwemkleding?

Loop een kleedhokje in, kies een kleur en je komt er in badkleding uit. Die kleur onthouden we voor de volgende keer.

Hoe duik ik zo hoog mogelijk?

Maak snelheid door A en D af te wisselen en druk de spatiebalk pas op het uiterste puntje van de plank in. Hoe verder je bent en hoe harder je rent, hoe hoger je vliegt - en hoe meer tijd je hebt voor bewegingen.